Maan wandeling
 


 


 

Neil Armstrong in 1969
Nationaliteit: Verenigde Staten
Geboortedatum: 5 augustus 1930
Geboorteplaats: Wapakoneta (Ohio)
Overleden: 25 augustus 2012
De bemanning van de Apollo 11.
V.l.n.r. Neil Armstrong, Michael Collins en Buzz Aldrin.

Bemanning Apollo 11
Armstrong werd benoemd tot de commandant van het vervangingsteam voor de Apollo 8-missie. Op 23 december 1968, toen de Apollo 8 rond de Maan vloog, werd hem de positie aangeboden als commandant van de Apollo 11-missie, waarbij voor het eerst een bemande Maanlanding zou worden uitgeprobeerd.
De bemanning bestond uit Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins. In een bijeenkomst, die pas publiek werd na de publicatie van Armstrongs biografie in 2005, werd aan Armstrong gevraagd of Aldrin vervangen moest worden door Jim Lovell. Na er een nacht over geslapen te hebben, zei Armstrong dat hij Aldrin wilde aanhouden. Als reden gaf Armstrong dat hij met Aldrin altijd goed had samengewerkt. Een vervanging zou Lovell onofficieel het laagst geklasseerde bemanningslid maken en Armstrong vond dat de voormalige commandant van Gemini 12 beter verdiende. Hij zei dat Lovell het recht had een volgende keer weer commandant te zijn.

Armstrong aangesteld als eerste Maanwandelaar
In maart 1969 besloot NASA dat Armstrong de eerste mens op de Maan moest worden, deels omdat de leiding hem zag als iemand zonder een groot ego. Op een persconferentie op 14 april 1969 werd het ontwerp van de Maanlander als de reden gegeven waarom het Armstrong zou worden; het luik opende rechts naar binnen waardoor het voor Aldrin, wiens werkpositie rechts in de Maanlander was, moeilijk zou zijn om als eerste het toestel te verlaten. Verder vond men - puur protocollair gezien, zo werd gezegd - dat de commandant de eerste moest zijn om de Maanlander te verlaten.

Vlucht en landing
De lancering van de Apollo 11 was op 16 juli 1969. Armstrongs hartslag bereikte 110 slagen per minuut. De Apollo-capsule was ruim, vergeleken met die van Armstrongs eerdere Geminivluchten. De astronauten konden zich vrij bewegen, wat gezien werd als de mogelijke hoofdreden waarom niemand van de bemanning last kreeg van ruimteziekte..
Uiteindelijk daalde Aldrin met Armstrong in de Maanlander af naar het Maanoppervlak, terwijl Collins achterbleef in het ruimtevaartuig Columbia. Twee minuten en 21 seconden voor de landing nam Armstrong de besturing over van de Maanlandingsmodule Eagle, omdat de automatische landing dreigde plaats te vinden in een gebied met veel kleine kraters en "rotsblokken zo groot als Volkswagens", en zette hem neer in een vlak gebied, enkele honderden meters verder. De Maanlanding vond plaats om 20:17:39 UTC, 20 juli, 1969. Zes uur en veertig minuten later begon Armstrong aan zijn Maanwandeling.

Eerste voet op de Maan
Het officiŽle NASA-vluchtplan voorzag in een rustperiode van vijf uur slaap voordat aan de Maanwandeling begonnen werd, maar Armstrong verzocht om de wandeling eerder in de avond, Houston tijd, uit te voeren, omdat hij en Aldrin ervan overtuigd waren dat ze de slaap toch niet konden vatten. Toen Armstrong en Aldrin zich gereed hadden gemaakt om naar buiten te gaan, werd de druk in de Eagle gelijkgemaakt aan die op de Maan, het luik werd geopend en Armstrong stapte naar buiten.
Aangekomen onderaan de ladder, zei Amstrong: "I'm going to step off the LEM now" (verwijzend naar de maanlander). Hij draaide zich om en zette zijn linkervoet op het Maanoppervlak om 2:56 UTC, 21 juli, 1969, om vervolgens te zeggen: "That's one small step for [a] man, one giant leap for mankind.", ofwel in het Nederlands: "Dat is een kleine stap voor [een] mens, een reuzensprong voor de mensheid". Toen Armstrong zijn beroemde uitspraak deed, werden zijn woorden rechtstreeks uitgezonden via de Voice of America, BBC en talrijke andere tv- en radiostations ter wereld. Geschat wordt dat 450 miljoen mensen zijn woorden gehoord hebben, op een toenmalige wereldpopulatie van 3,631 miljard mensen.

Werkzaamheden op de Maan met Aldrin
Ongeveer een kwartier na de eerste stap, volgde Aldrin om de tweede mens te worden die voet zette op de Maan. Vervolgens begon het duo aan zijn opdracht om te onderzoeken hoe een mens zich op het Maanoppervlak kan voortbewegen. Al snel werd een plakkaat onthuld om hun vlucht en landing te herdenken en plantten ze de nationale vlag van de Verenigde Staten. Deze had aan de bovenkant een metalen staaf om hem horizontaal te houden. Omdat die niet helemaal uitgetrokken was en de vlag strak opgevouwen en verpakt was geweest, leek het alsof de vlag wapperde. Kort na het planten van de vlag telefoneerde president Richard Nixon vanuit het Witte Huis met een vooraf samengestelde korte boodschap. Nixon sprak ongeveer een minuut, waarna Armstrong in ongeveer dertig seconden een dankwoord uitsprak. Armstrong en Aldrin zetten vervolgens een pakket meetinstrumenten op het Maanoppervlak. Daarna liep Armstrong naar wat nu bekendstaat als de Oostkrater, een wandeling van 59 m en de langste die Armstrong of Aldrin op de Maan maakte. In totaal verzamelden beiden 21,32 kilo stenen. Armstrongs laatste opdracht was het achterlaten van een klein pakket gedenktekens ter nagedachtenis aan de overleden Soviet-kosmonauten Yuri Gagarin en Vladimir Komarov en de eveneens bij een ruimtemissie omgekomen Apollo 1-astronauten Gus Grissom, Ed White en Roger B. Chaffee.
Bij de Maanlanding werden ongeveer honderd kleurenfoto's geschoten. De meeste fotowerkzaamheden werden uitgevoerd door Armstrong die een Hasselblad-fotocamera gebruikte. Van Armstrong zelf zijn vijf foto's gemaakt.
Armstrong bracht 2 uur en 31 minuten door buiten de Maanlander. De bemanningen van de volgende vijf geslaagde Apollovluchten verbleven allemaal langer op het Maanoppervlak. Die van de Apollo 17 bracht er zelfs ruim 22 uur op door.

Terug naar de aarde
Nadat Armstrong en Aldrin waren teruggekeerd in de Maanlander, werd het luik gesloten en verzegeld. Terwijl ze voorbereidingen troffen voor hun vertrek van het Maanoppervlak, ontdekten Armstrong en Aldrin dat een van hen - waarschijnlijk met zijn ruimtepak - het contactslot had afgebroken van de motor die de Maanlander moest doen opstijgen. Ze gebruikten een deel van een pen om de schakelaar in te duwen en de motor te activeren. De Maanlander vloog daarop de ruimte in en koppelde met het moederschip Columbia. De drie astronauten keerden veilig terug naar de aarde en plonsden met de Apollo-capsule in de Stille Oceaan, waar ze werden opgepikt door een marineschip.
Bij terugkomst op aarde werden ze door Richard Nixon welkom geheten. Hij kon hen niet de hand schudden, aangezien ze per direct voor achttien dagen in quarantaine werden geplaatst om na te gaan of ze aan hun verblijf in de ruimte en op de Maan buitenaardse infecties en ziekten hadden overgehouden. Vervolgens werden de astronauten als onderdeel van een 45-daagse "Giant Leap"-tour gehuldigd in en buiten Amerika. Armstrong trad later dat jaar met de komiek Bob Hope op voor de Amerikaanse troepen, voornamelijk in Zuid-Vietnam.

De bemanning van de Apollo 11 wordt na terugkomst op aarde verwelkomd door president Richard Nixon.