Computer ergonomie

Opstelling beeldschermwerkplek

 
01. Voeten plat op de grond
02. Zithoogte: open hoek
03. Zitdiepte: vuist ruimte in kniekuil
04. Steun lage rug: boven broeksriem
05. Tafel op ellebooghoogte
06. Bovenrand scherm max. op ooghoogte
07. Scherm: kijkafstand op armlengte
08. Toetsenbord: 15 cm van tafelrand
09. Documenthouder
10. Haaks op venster en 2m afstand

Voeten plat op de grond
De wetgeving verplicht voor beeldschermwerk een hoogte verstelbare bureaustoel. Zo kunnen (bijna) alle werknemers met de voeten plat op de grond rusten. Een voetensteun is in principe niet nodig. Wanneer echter de tafel niet mee in hoogte regelbaar is, zal de beeldschermwerker zijn zithoogte aanpassen zodat hij op een goede typhoogte ten opzichte van zijn tafel zit. De standaard vaste hoogte van een computertafel is 72 cm, een gemiddelde waarde. Dit betekent dat kleinere werknemers niet meer met de voeten op de grond kunnen steunen. Een voetensteun kan dan als hulpmiddel gebruikt worden. Vanuit het standpunt van ergonomie heeft elke werknemer naast een hoogte verstelbare bureaustoel ook een hoogte verstelbare tafel nodig. Zo zal de werknemer steeds met de voeten plat op de grond kunnen zitten.

Zithoogte: open hoek
Een klassieke bureaustoel heeft een vaste horizontale zitting. De hoogte wordt dan zo ingesteld dat de bovenbenen horizontaal komen of dat er geen onaangename druk aan de achterkant van de bovenbenen is. Vermits de stoel niet meebeweegt zal de werknemer steeds vanuit de rug bewegen. Men blijft namelijk niet steeds in één houding zitten, maar wisselt verschillende taken en zitposities af. Dynamische bureaustoelen spelen hierop in. Dit heeft wel invloed op de zithoogte. Actieve taken zoals schrijven, typen, muizen en lezen op het scherm gebeuren vaak zonder rugsteun in een voorwaartse zithouding. Om dan een goede rugpositie te behouden moeten de bovenben licht kunnen afhellen zodat de hoek tussen rug en bovenbenen voldoende groot blijft. De zitting van de dynamische bureaustoel kantelt mee naar voor. Daarvoor moet de zithoogte wel iets hoger dan kniehoogte ingesteld worden. Meer passieve taken zoals telefoneren, denken en communiceren gebeuren meer achterwaarts. Veelal kan de rugleuning mee naar achter kantelen wat een ontspannen zithouding geeft. Opdat de voeten nog steeds de grond zouden kunnen raken mag de stoel niet te hoog zijn. De zitting bevindt zich best op knieholtehoogte.
Vermits actieve en passieve, voorwaartse en achterwaartse activiteiten elkaar afwisselen gedurende een werkdag, zal er compromis nodig zijn voor een optimale afstelling van de zithoogte. Dit gebeurt op basis van de meest uitgevoerde taken. Wanneer er vooral actief voorwaarts gewerkt wordt tijdens de dag is een iets hogere instelling van de zithoogte aanbevolen. Wanneer vooral de rugleuning gebruikt wordt is de regel van bovenbenen horizontaal aangewezen.

Zitdiepte: vuist ruimte in kniekuil
Volgens het KB Beeldschermen is een bureaustoel met een niet verstelbare zitdiepte toegelaten. Deze is dan best gebaseerd op de kleinste gebruiker zodat iedereen voldoende ruimte heeft in de kniekuil en onaangename druk wordt vermeden. Heel oppervlakkig lopen daar bloedvaten en zenuwen. Langdurige druk kan aanleiding geven tot bijvoorbeeld tintelingen of een slapend been. Daarom is de zitting ook afgerond aan de voorkant. De Europese Norm schrijft wel een aanpasbare diepte voor. Hoe meer de benen ondersteund worden, hoe lager de zitdruk zal zijn. Als regel kan gebruikt worden dat men een vuist moet kunnen plaatsen tussen de rand van de zitting en de benen.

Steun lage rug: boven broeksriem
De hoogte van de rugleuning dient zo ingesteld te worden dat de steun in de lage rug optimaal is. Een goede richtlijn is dat het meest uitstekende of bolle deel van de rugleuning vlak boven de broeksriem ondersteunt. Hier bevindt zich de holle kromming van de lage rug, die tijdens het zitten zoveel mogelijk bewaard dient te blijven. Bij de dynamische bureaustoelen kan de rugleuning naar achter inclineren. Dit verlaagt de belasting op de rug nog meer. Bedoeling is om dit bewegingsmechanisme steeds los te laten staan, zodat houdingsafwisseling door de stoel gestimuleerd wordt. De weerstand van het mechanisme dient wel geregeld te worden in functie van het lichaamsgewicht, zodat men niet naar achter valt of naar voor wordt geduwd door de stoel.

Tafel op ellebooghoogte
Een juiste werkhoogte is afhankelijk van de taken die uitgevoerd worden. Wanneer er vooral administratief werk wordt uitgevoerd, komt de tafel best 3 tot 5 cm boven de ellebogen zodat de armen goed ondersteund zijn. Bij éénzijdige typen is een opstelling 2 cm lager dan de ellebooghoogte aanbevolen in zit omdat de armen dan ontspannen langs het lichaam kunnen hangen. Meestal wordt typen en administratief werk gecombineerd zodat een compromishoogte aangewezen is. De bureautafel op ellebooghoogte is dan een goede richtlijn.
Dit veronderstelt een hoogte verstelbare tafel om alle mensen op een gepaste hoogte te laten werken. Met een vaste standaardhoogte van 72 cm is dit enkel voor "gemiddelde" mensen het geval. De kleine werknemer zal zijn stoel hoger instellen om goed ten opzichte van de tafel te zitten. Hierdoor komen de voeten los van de grond, wat kan opgevangen worden met een voetensteun. De grotere mensen echter zetten hun stoel lager om niet steeds te moeten vooroverbuigen. Hierdoor echter zal de afvlakking van de lage rug toenemen. De enige oplossing is blokjes onder de poten te plaatsen zodat de tafel hoger komt.

Bovenrand scherm maximaal op ooghoogte of lager
Voor een goede positie van de nek bevindt de bovenrand van het beeldscherm zich best op ooghoogte of tot 10cm eronder. De rustpositie van de ogen is 15° naar beneden gericht en zo valt de bliklijn in het midden van het scherm. Beeldschermen kunnen op een eenvoudige manier op een gepaste hoogte gebracht worden door er iets onder te plaatsen. Bij de grote schermen is dat tegenwoordig soms niet meer nodig. Wel een recent aandachtspunt zijn laptops. Doordat het scherm vasthangt aan het klavier, staat dit bijna altijd te laag. Daarom bestaan er laptosteunen die in hoogte regelbaar zijn en een goede hoogte verzekeren. Er zijn dan wel een apart toetsenbord en muis nodig. Zo kan men ook van een reglementaire werkplek spreken omdat toetsenbord en scherm los van elkaar moeten staan.
Een andere opvatting baseert zich op de vermoeidheid van de ogen. Wanneer men recht voor zich uitkijkt zullen de ogen reflexmatig focussen in de verte. Vermits het beeldscherm nu in de weg staat, zullen de ogen steeds moeten scherpstellen. Door het toetsenbord lager te plaatsen en 60° achterwaarts gekanteld, zullen de ogen steeds neerwaarts kijken. Het blootgestelde oogoppervlak neemt hierdoor af en er wordt een groter oogbeschermend traanvolume afgescheiden. Deze positie is echter meer belastend voor de nekspieren en verhoogt de kans op hinderlijke reflectie.

Scherm: kijkafstand op armlengte
Een algemene regel om een goede kijkafstand in te schatten is dat het scherm zich op een armlengte van de beeldschermwerker moet bevinden. De exacte kijkafstand is afhankelijk van de grootte van het scherm en de lettergrootte.
 

Grootte scherm Kijkafstand Lettergrootte
14 inch 50 - 70 cm 3 mm
17 inch 60 - 85 cm 4 - 5 mm
19 inch 70 - 95 cm 4 - 6 mm

De kijkafstand mag groter zijn, naarmate het scherm groter is. Een te klein lettertype echter zal een voorovergebogen houding uitlokken om de tekst goed te kunnen lezen. Het is daarom raadzaam om tijdens het bewerken van een document in te zoomen tot bijvoorbeeld 120%. Zo is een goede leesbaarheid verzekerd. Men kan ook de lettergrootte standaard op 12pt te zetten in plaats van 10pt. Websites hebben vaak moeilijk leesbare teksten door kleine letters of slechte contrasten. Dit heeft de beeldschermwerker natuurlijk niet zelf in de hand.

Toetsenbord: 15 cm van tafelrand
Tussen de rand van de tafel en het toetsenbord is best een ruimte voorzien van 15 cm. Zo kunnen de voorarmen op de tafel steunen. Met de opkomst van de flatscreens mag dit geen probleem meer vormen. Met de vroegere computerscherm was de bureautafel niet altijd diep genoeg. In deze gevallen zijn armsteunen aan de bureaustoel onontbeerlijk om het gewicht van de armen te ondersteunen. Zo is er minder spierwerk nodig waardoor de schouders en nek ontlast worden. Het gewicht van de armen is één tiende van het lichaamsgewicht, dat inwerkt op de wervelkolom.

Documenthouder
Bij het bepalen van de tafelhoogte werd er reeds vanuit gegaan dat typen en papierwerk elkaar afwisselen. Soms worden beide ook gecombineerd of moet er tekst overgetypt worden van papieren. Veelal wordt het toetsenbord dan ver naar voor geschoven. De papieren hebben dan juist genoeg plaats. Dit betekent echter dat tijdens het lezen van de documenten de nek sterk gebogen moet worden en tijdens het typen de armen ver naar voor worden gestrekt. Een documenthouder kan hiervoor een oplossing bieden. Met een opstelling tussen toetsenbord en scherm, moet het hoofd veel minder gebogen worden om de tekst te kunnen lezen. Het toetsenbord kan dichter bij de tafelrand blijven staan zodat de armen ontspannen langs het lichaam hangen. Een voordeel van deze opstelling dat men ook nog notities kan aanbrengen op de papieren. Wanneer men enkel schrijfwerk verricht kan het toetsenbord op de documenthouder geplaatst worden zodat er genoeg werkruimte is. Een andere goede opstelling van de documenthouder is vlak langs het scherm. Bij het overtypen van de tekst zal het hoofd steeds rechtop gehouden kunnen worden.

Haaks op venster en 2 meter afstand
Met een bureauopstelling loodrecht op het venster zal het daglicht zijwaarts invallen zodat reflecties of contrasten vermeden worden. Wanneer het scherm naar het venster gekeerd staat, zal het buitenlicht of de zon invallen op de scherm. Dit geeft een hinderlijke reflectie en vaak passen de mensen hun houding aan om de tekst toch te kunnen lezen. Andersom, met het aangezicht naar het venster zal het verchil in helderheid tussen het buitenlicht en de binnenruimte te groot zijn. Vooral op een heldere zomderdag is dit het geval. De zon zal ook steeds in de ogen schijnen. Wanneer geen andere opstelling mogelijk is, is zonnewering noodzakelijk. Hetzelfde geldt wanneer het scherm ook dicht bij het venster staat, op minder dan 2 meter. Zelfs met een haakse opstelling zal de invloed van het daglicht reëel zijn. Er dient dan ook een mogelijkheid te zijn om dit af te schermen, indien nodig.
Kunstlicht moet voldoende afgeschermd worden. Wanneer TL buizen parallel met de computertafel hangen, plaatst men het scherm vlak onder de verlichting. Met de lampenrijen loodrecht op de bureau is een opstelling tussen de armaturen aangewezen.

Terug naar boven

NBN-EN 527 : Bureautafels


De Europese norm NBN-EN 527-1 (2000) Kantoormeubelen: Werk- en schrijftafels laat een niet-verstelbare hoogte toe van 72 cm. Deze maat is algemeen verspreid in beeldschermwerkplekken en kantoren. Helaas gebeurt dit vaak onder het mom van “ergonomie”.

Eénzelfde hoogte voor alle beeldschermwerkers is vanuit het standpunt van ergonomie moeilijk te verantwoorden. In arbeidssituaties waar vele uren per dag gewerkt wordt, is een verstelbare bureautafel aanbevolen. Uitgaande van de Belgische werknemers is een bereik nodig van 61 tot 82 cm. Dit is ruim meer verstelbaar dan wat de Europese norm voorschrijft. Daarom is het interessant om de Nederlandse norm, NEN 2449, als richtlijn te hanteren. Hierin worden verstelbare tafelhoogtes van 62 tot 82 cm voorgesteld.
 

HOOGTE
NBN-EN 527
DIN-Belg 2005
 
Niet-verstelbaar

72 cm

-

Verstelbaar
< 68 - 76 cm
61 - 82 cm
Instelbaar

Stappen < 3,2 cm

Stappen 2 cm

 
 
 
OPPERVLAK
 
Diepte
80 cm
80 cm : < 19" scherm

100 cm: > 21" scherm

Breedte
120 cm
160 cm
 
 
 
BEENRUIMTE
 
Hoogte

65 cm

zo open mogelijk

Breedte
60 cm
Diepte

60 cm

Wat de diepte van de bureautafel betreft, wordt steeds een ruimte vóór het toetsenbord aanbevolen om de voorarmen te laten steunen. Een diepte van 80 cm is dan voldoende voor flatscreens. Met de opkomst van steeds grotere schermen, zal de aanbevolen kijkafstand ook toenemen. Boven de 21" kan men denken aan tafels met een diepte van 1 meter. Een breedte van 120 cm is minimaal, 160 cm is aanbevolen. Zo kan de werknemer nog papieren op zijn bureau leggen. Langs de andere kant, hoe meer ruimte een mens krijgt, hoe meer hij ook zal volleggen,…

Ook moet er voldoende beenruimte voorzien worden om makkelijk houdingsafwisseling toe te laten. De Europese norm overgenomen gaat hier nog uit van een klassieke bureau met twee kasten aan elke kant. Tussenin blijft dan een krappe ruimte over voor de benen. De praktische richtlijn is om de ruimte onder een werktafel zo “open” mogelijk te ontwerpen. Deze mag dan wel niet gevuld worden met een papierbak en CPU station. Aansluitend mag de dikte van een werkblad niet dikker zijn dan 5 cm.

De ergonomische bureaustoel...what's in a name!?

Over de "ergonomische" bureaustoel is al heel wat neergeschreven, op de markt zijn er veel verschillende modellen te vinden en elke opleiding heeft wel zijn eigen theorie. Hier volgt een persoonlijke impressie...



Open heuphoek versus horizontaal zitten
Verschillende taken lokken verschillende zithoudingen uit. Lezen en schrijven gebeurt vooral voorwaarts, telefoneren en vergaderen achterwaarts. Typen blijkt voorwaarts en in een middenpositie te gebeuren. Beeldschermwerkers werken zo in totaal ongeveer de helft van de tijd voorwaarts zonder ruggesteun, de andere helft gesteund tegen de rugleuning. Een goede bureaustoel volgt de bewegingen van zijn gebruiker en moet dus over een kantelbare zitting beschikken om voor al deze taken een goede zithouding toe te laten. De hoek tussen de rug en de bovenbenen moet namelijk steeds groter zijn dan 90°, een open heuphoek. In de achterwaartse positie maakt een rugleuning deze hoek mogelijk. Bij voorwaarts gerichte activiteiten zullen de benen moeten kunnen afhangen om een voldoende grote hoek tussen rug en bovenbenen te bekomen. Uitgaan van één ideale houding, achterwaarts met de rug gesteund, is theoretisch wel het minst rugbelastend, maar in de praktijk niet altijd haalbaar omdat de taak dus de houding bepaalt. Anders kunnen we beter al liggend werken, dan is de belasting op de rug nog lager.

Bewegingsmechanismen
Statisch in éénzelfde positie zitten zorgt voor constante rek op ligamenten en druk op tussenwervelschijven. Onder het motto "de beste houding, is de volgende houding" zijn er daarom verschillende bewegende stoelen op de markt. De oudste variant had een horizontale zitting waarbij de rugleuning naar achter kon veren. Omdat hierdoor schuifkrachten ontstonden, werd een bureaustoel met synchroonmechanisme bedacht. Wanneer de ruggesteun achterwaarts beweegt, zal de zitting in een vaste verhouding meekantelen. Een ratio 2:1 betekent dus dat als de rugleun 2° naar achter beweegt, dit voor de zitting 1° is. Voor de activiteiten in een achterwaartse of middenpositie is dit een goede oplossing. Typen gebeurt echter ook vaak voorwaarts. De zitting moet dus ook naar voor kunnen kantelen zodat een open heuphoek mogelijk is. Een kantelstoel laat dit toe. De zitting en rugleuning staan in een vaste hoek en het geheel kan naar voor of naar achter kantelen. Ook een multidynamische stoel biedt een oplossing. De zit en rug kunnen hier onafhankelijk van elkaar bewegen. Wanneer men voorwaarts werkt, komt men veelal los van de rugleuning en kantelt het zitvlak naar voor, waardoor de benen kunnen afhangen. Achterwaarts zullen zitting en rugleuning naar achter bewegen. Oh ja, er bestaan ook nog aangedreven bewegingsmechanismen, die de zitting automatisch links-rechts laten draaien...



Rugondersteuning
Een rugsteun is een goede zaak. Hoe verder deze naar achter kantelt, hoe lager de belasting op de rug zal zijn. Dit is vooral tot een hoek van 110°. De bewegende stoelen laten dit over het algemeen toe. Een ander belangrijk element is specifiek de lage rugsteun. Een bolle steun biedt het meeste ondersteuning aan de holle kromming van de lage rug. De hoogte van de rugleuning moet zo ingesteld worden dat de steun aan de lage rug goed zit. De hoogte of grootte van de rugleuning verschilt ook vaak, maar deze is minder belangrijk. Een lage leuning laat de schouderbladen vrij zodat de armen veel bewegingsvrijheid hebben. Een middelhoge rugleuning tot aan de schouders biedt meer comfort. Een nek- of hoofdsteun hebben bij een bureaustoel weinig functionele meerwaarde.
Ook de armen worden best ondersteund zodat dit gewicht niet inwerkt op de rug. Wanneer de werktafel geen steun toelaat, zijn armsteunen nodig. De hoogte moet dan ingesteld kunnen worden.

Omgeving
Maar zelfs de beste stoel verliest zijn voordelen wanneer de werktafel te laag staat of het beeldscherm te hoog. De omgeving moet mee aangepast zijn aan de individuele gebruiker. Ergonomie gaat dus verder dan alleen de stoel op zich. De hele omgeving speelt mee en dan zullen er compromissen gesloten moeten worden. Er is zo bijvoorbeeld al een verschil tussen de optimale schrijf- en typhoogte. Om te schrijven staat de tafel best 3-5 cm boven ellebooghoogte. Bij het typen mag dit lager zijn, te meer omdat de hoogte van het klavier het werkvlak al verhoogt. Of nog, voorwaarts zitten met een open heuphoek vraagt een zithoogte boven de knieholtehoogte, anders kunnen de benen niet afhangen. Anderzijds wil men wel met de voeten aan de grond kunnen wanneer men achterwaarts in zijn bureaustoel leunt. "Ideaal" is dus makkelijk gezegd, maar bijna nooit het geval bij zitten. Waarschijnlijk daarom dat wetenschappelijke onderzoeken ook geen eenduidig beeld kunnen scheppen voor de praktijk.
Ook verlichting of weerkaatsing op de beeldschermen kunnen de zithouding beïnvloeden. De bureau loodrecht op een venster plaatsen, algemene verlichting van 500 lux voor het lezen van documenten en eenzelfde helderheid op scherm, toetsenbord en directe omgeving zijn al enkele belangrijke tips.

Zitdrukverdeling
Een voldoende dik kussen vangt de drukkrachten op het zitvlak op. Dit geeft bij de huidige bureaustoelen geen problemen. Een verstelbare zitdiepte met een afgeronde voorkant kan het zitoppervlak nog individueel aanpassen. De schuifkrachten zijn wel een ander aandachtspunt. Bij het voorwaarts zitten onder open heuphoek, hangen de benen wat af. Doordat veel houdingsafwisseling mogelijk is, valt wel te betwijfelen of dit enig ongemak geeft.

Besluit
Een ergonomische bureaustoel is dus steeds een individuele oplossing van de stoel in functie van de uit te voeren taken en in relatie tot de omgeving. En dan moet je de stoel ook nog eens correct afstellen op de lichaamsmaten van de gebruiker. Bij de grote fabrikaten van bewegende bureaustoelen zijn er geen echt slechte, maar ook niet dat er één de beste is. Ze voorzien ook verschillende soorten bureaustoelen die aansluiten bij specifieke activiteiten.

Terug naar boven