25 jaar IBM PC
 
25 jaar IBM PC.

Geschiedenis.

De eerste PC zoals we die nu kennen.

20 Jaar Microsoft Windows.

Op 12 augustus 2006 is het precies 25 jaar geleden dat de IBM PC het levenslicht zag. Op 12 augustus 1981 kwam IBM met de aankondiging van de 5150 Personal Computer. Deze oermachine was standaard uitgerust met 16K werkgeheugen, momenteel slechts genoeg voor een simpel tekstbestandje. Toch moest er op 12 augustus 1981 maar liefst $1565 (destijds 4445 gulden) voor het apparaat worden neergeteld. Microcomputers waren overigens al veel langer op de markt, vanaf 1976.

Toen kwamen de Tandy TRS-80 en de Commodore PET 2001 uit, maar IBM had deze machines altijd als een soort speelgoed beschouwd. Het serieuze werk werd volgens het bedrijf op mainframes gedaan, maar in 1980 zag IBM zijn vergissing in en besloot ook met een microcomputer te komen. Vanwege de haast waarmee de machine op de markt moest komen besloot Big Blue, tegen zijn gewoonte in, technologie van anderen te gebruiken. Het OS kwam van Microsoft, de processor van Intel. Om op de kosten te besparen werd voor de Intel 8088 gekozen, een 16-bits processor, die extern 8-bits was. Hierdoor kon de machine met relatief goedkope 8-bits componenten worden opgebouwd. De eerste reacties waren overweldigend; tegen het einde van 1982 werd op werkdagen al een computer per seconde verkocht.

De eenvoudigste uitvoering bestond destijds uit een toetsenbord en systeemkast, voorzien van 40K Rom en 16K Ram. Diskdrives had de machine niet; programma's moesten worden opgeslagen op een cassetterecorder. Met een 5¼-inch, 160K floppydrive en 64K Ram. De uitvoering met een matrixprinter, twee diskdrives en kleurengraphics moest 4500 dollar opbrengen. Omdat er destijds voor dat geld al veel betere computers te koop waren, waren hobbyisten er niet erg in geïnteresseerd, maar voor het bedrijfsleven deed de naam IBM wonderen. De microcomputer had hiermee zijn hobby-imago afgeschud en was een serieus alternatief voor mainframes geworden. Die laatste hadden ook zo hun bezwaren: aangezien ze werden gedeeld door vele gebruikers waren ze op drukke tijden erg langzaam. Wie zijn programma's een beetje snel wilde draaien moest eigenlijk 's nachts werken.
 
De verkoop van de PC liep boven verwachting goed. IBM had verwacht de eerste vijf jaar in totaal 241.683 exemplaren te verkopen, maar voor die om waren verkocht het bedrijf er al bijna zoveel per maand. Het succes van de PC trok echter ook de aandacht van andere bedrijven. Omdat IBM geen eigen technologie had gebruikt konden andere bedrijven compatibele machines op de markt brengen, de zogenaamde klonen. Aangezien deze veel goedkoper waren dan de computers van IBM, behaalden ze al snel een groot marktaandeel. Midden jaren '80 probeerde IBM het tij nog te keren door een verbetering aan de hardware: de PS/2 met Micro Channel Architecture, die wel intellectueel eigendom van IBM was. Compaq kwam echter met een grotere verbetering, namelijk een PC met 32-bits 80386-processor. De PS/2 werd nooit een succes, en het marktaandeel van IBM bleef teruglopen. De PC-fabricage door Big Blue heeft zijn 25-jarig jubileum net niet gehaald, want vorig jaar verkocht IBM al zijn activiteiten op dit gebied aan het Chinese Lenovo.

Toen vijfentwintig jaar geleden de personal computer werd geïntroduceerd, had niemand kunnen verwachten dat er maar liefst één miljard ervan zouden worden verkocht. Volgens Intel is de Altair uit 1974 de eerste wereldwijd verkrijgbare en commerciële succesvolle PC en werd afgelopen april de miljardste verkocht. De PC heeft een enorme impact gehad op de wereld sinds zijn introductie. Productiecapaciteit, efficiency en het gehele productiemodel heeft sindsdien een enorme verandering mee gemaakt, maar niet alleen dat heeft een verandering ondergaan. De PC is tegenwoordig een multi-mediabeest, waarmee zelfs een leek kan video-editten, foto's ontwikkelen en eigen muziek componeren. Verder kun je thans met een internetverbinding overal ter wereld terecht door één klik op de muis.

Geschiedenis


In de begindagen van het computertijdperk heerste er min of meer chaos. Iedere fabrikant bouwde zijn eigen hardware en software, echte netwerken bestonden nog niet en onderling uitwisselbare componenten waren ongehoord. Het kwam vroeger zelfs regelmatig voor dat de opvolger van een machine absoluut geen raad wist met de onderdelen en applicaties van zijn voorganger. Het was de PC van IBM die in 1981 uiteindelijk verandering in deze situatie heeft gebracht. De keuzes die IBM tijdens het ontwerpen van de PC heeft gemaakt hebben de markt zoals we hem nu kennen gigantisch beïnvloed. Zo besloot men onder andere om een licentie op QDOS (Quick 'n' Dirty Operating System) te kopen van Microsoft, wat uiteindelijk tot de hele evolutie naar MS-DOS en Windows zou leiden. Een andere keuze was die voor Intels 8088-processor, wiens instructieset nog steeds ondersteund wordt door de huidige Pentium 4 en Athlon 64.

De (backwards) compatibiliteit is echter slechts één van de redenen dat de PC zo populair is geworden en gebleven. Een tweede was het feit dat hij gekloond kon worden. Omdat IBM de specificaties van de PC vrij had gegeven konden andere bedrijven niet alleen onderdelen voor de PC maken, maar ook het complete systeem nabouwen. Dit laatste probeerde men bij IBM onder controle houden door licenties op het BIOS te vereisen, maar al snel slaagden de concurrenten erin om hun eigen implementaties daarvan te bouwen, waardoor de markt voor PC-kloons - ook wel 'IBM Compatibles' genoemd - wijd open kwam te liggen. In de loop der jaren is min of meer vergeten dat PC van oorsprong een handelsmerk van IBM is; het geldt nu gewoon als algemene term om een thuiscomputer mee aan te duiden.

Een van de specificaties die IBM vrijgaf voor de PC was die van ISA, de Industry Standard Architecture. De bus was niet bepaald een toonbeeld van gebruiksgemak, maar het relatief simpele ontwerp en het feit dat het een standaard was deden wonderen voor de populariteit. De eerste versie van de bus was 8 bits breed en klokte 4,77MHz, later in 1984 kwam er een 16-bits versie op 8MHz. Toen het tijd was voor een opvolger met betere features werd de machtspositie van IBM als ontwerper van de PC ernstig ondermijnd. Het bedrijf probeerde zelf vanaf 1987 de Micro Channel Architecture (MCA) door te drukken, maar hoewel deze bus technisch superieur was ging het niet om een open standaard zoals ISA, en de kloners weigerden te betalen voor de techniek van IBM. Negen bedrijven sloegen de handen ineen en kwamen een jaar later met een alternatief: Enhanced ISA (EISA), een 32-bits bus met een hoop features die MCA ook had, zoals DMA, bus mastering, ruimte voor extra interrupts en de eerste primitieve vorm van Plug 'n' Play. Later werd EISA nog aangevuld met de VESA Local Bus (VLB), die meer bandbreedte bood maar niet erg flexibel en zelfs niet al te robuust was.

IBM kon de architectuur van de PC niet meer dicteren, maar een andere speler zag zijn kans schoon om de leiding te nemen: In 1993 introduceerde Intel PCI (Peripheral Component Interconnect). Intel had inmiddels ingezien dat het veel van zijn succes te danken had aan de open standaarden die onderling uitwisselbare onderdelen mogelijk maakten. Deze maakten de PC - en daarmee automatisch ook de x86-chips van het bedrijf - populair. Door zich sterk te maken voor PCI hielp het de kloners om de nadelen van ISA van zich af te schudden zonder daarbij weer afhankelijk te worden van IBM. In eerste instantie kreeg PCI een lauwe ontvangst door het grote bestaande aanbod van ISA- en VLB-kaarten, maar na de introductie van de Pentium werd het erg populair en stierf concurrent MCA een stille dood.

De behoefte aan bandbreedte bleef echter groeien, en al snel waren er weer nieuwe, snellere standaarden nodig om aan de byte-honger van nieuwe hardware te kunnen stillen. In 1996 kwam er op initiatief van met name ATi en nVidia een speciale bus voor videokaarten: AGP. De rechten op de PCI-standaard werden ondertussen ondergebracht in een onafhankelijke organisatie (de PCI-SIG) en deze kwam in 2000 met PCI-X op de proppen, voornamelijk bedoeld voor servers. Wederom was er dus geen eenduidig systeem en bleef de basis van de standaard achter bij de rest. In 2001 begon men daarom te werken aan 3GIO, later nog even Arapahoe genoemd, maar tegenwoordig gewoon: PCI Express. De standaard zag vorig jaar het levenslicht en is uniek ten opzichte van zijn voorgangers door zijn point-to-point architectuur en seriële aard. De snelste en meest flexibele bus die de pc in de geschiedenis heeft gekend is strict gezien dus niet eens een bus.

IBM ging voor het besturingssysteem in zee met de jonge Gates en legde daarmee de basis voor het inmiddels almachtige Microsoft. Gates was namelijk zo slim om het copyright op MS-Dos niet uit handen te geven en kon het vervolgens aan wie maar wilde verkopen. En er waren er velen die wilden. Hoe groter het succes van de IBM pc's, hoe meer goedkope 'klonen' er op de markt kwamen. Binnen een paar jaar raakte de pc volstrekt ingeburgerd, althans op de werkvloer. Wat Apple had gehoopt had IBM inderdaad voor elkaar gekregen. Toch zal Apple achteraf spijt hebben gehad van die grootmoedige advertentie uit 1981. IBM had weliswaar de markt vergroot, maar ook een standaard gezet. En die standaard was geen Macintosh, maar een pc.

De eerste PC zoals we die nu kennen

De eerste PC zoals we die nu kennen (afstammend van IBM, die ook met de term personal computer zijn gekomen) stamt pas uit 1982. Dit was de PC XT, met 64 Kbyte RAM, en 5¼" floppy drives. De PC AT, met wel een 10 Mbyte hard disk, verscheen pas later. Maar al voor de eerste IBM PC waren er al 'PC's: zelfbouwcomputers, maar ook kant-en-klare systemen. Denk aan de Apple ][, de PET, en heel veel eigen bouwwerken en kits. Hoe is dat zo gegroeid?.

Uit een artikel in Scientific American (December 2001, 'Origins of Personal Computing') wordt het ontstaan van de PC geschetst: "het idee dat computers geen grote machines hoeven te zijn die ergens in een achterkamer staan te zoemen, maar instrumenten voor individuele ontplooiing". En interactive computing: niet zoals vroeger een stapel ponskaarten inleveren, en na 6 uur een print-out krijgen.

Even snel 1944 - 1990:

● 1944: De eerste 'interactiviteit': een Flight Simulator project, M.I.T.: Whirlwind (werkend in 1951). Ook de eerste 16-bit computer? Volgens de WikiPedia over Whirlwind: 20 KHz (later 40 kHz) clock, 256 woorden geheugen, de snelste computer in die tijd.

● 1960: PDP-1 (DEC): eerste `open' architectuur (49 stuks verkocht @ $120,000, paste in een redelijk kleine kamer), een 18-bits computer met 4K geheugen. Er draaide een van de eerste computerspelletjes, Spacewar.

● 1965: PDP-8 ($18,000); slechts een enkele kast!.

● 1966: Ralph Baer vind de TV games uit (patent in 1968): als eerste spel is er Pong. De start van de home game industrie (met als eerste home system de Odyssey, gebaseerd op 40 transistoren), al was dit nog geen computer. Ruim voor Atari.

● 1971: De Intel 4004-chip: de eerste general-purpose, single-chip microprocessor. Een 8-bit architectuyr maar in een 4-bit implementatie om transistoren te sparen: in totaal 2,300 transistors (de huidige processoren hebben miljoenen transistoren). Performance < 0.1 MIPS, maar goud waard voor verzamelaars (> 1000 Euro voor de oudste exemplaren).

● 1972: Intel 8008: 8-bit implementatie in 1972, met al 3,500 transistors. Hierop gebaseerd de eerste microprocessor-based computer (Micral), bedoeld voor laboratorium-instrumenten, vooral in Europa verkocht.



● 1975: De eerste desk top: Altair 8800, $397 kit met wel 256 bytes memory, gebaseerd op de 8080 met 4800 transistors. Verkocht als bouwpakket, en een veel groter succes dan oorspronkelijk gedacht.

● 1975: Start-up company `Micro Soft' maakt de eerste BASIC interpreter voor micros: Beginners All-purpose Simple Instruction Code.



● 1977: De succesvolle Apple II wordt ontworpen door Steve Wozniak en Steve Jobs.

● 1980 en verder: de zaak komt goed op gang, en de micro-fabrikanten schieten als paddestoelen uit de grond... 20 en meer merken zijn snel verkrijgbaar... Apple, Pear, Apricot, DAI, Acorn, Exidy, ZX80, TRS80, Spectrum, ...... Plus veel zelfmaaksystemen (CP/M based, Z80/8080).
Ook rond die tijd: nog geen internet, maar al wel bulletin boards.

● 1981: IBM ziet de professionele markt verschuiven, en wil een eigen systeem: de eerste IBM-PC. Met aan Microsoft het verzoek om een Disk Operating System te schrijven (MS/DOS), gebaseerd op een eerder product van by Seattle Computer products (1980).

● 1982: De PC komt op de markt, gebaseerd op de 8088 processor op 4.77 MHz
(4 * 3.56 MHz / 3, de 3.56 MHz kristallen waren goedkoop vanwege het grote gebruik in kleurenTV's). Met 64 Kbyte geheugen voor die tijd een heel behoorlijk systeem (losse 16Kbyte memoryborden kosten toen zo'n 300 Euro).
.
● 1983: De eerste 'killer application': het Lotus 1-2-3 spreadsheet.

● 1983: TCP/IP: het back-bone protocol voor het internet.

● 1985: Windows 1.0.

● 1990: WWW, het World-Wide Web wordt opgestart.



● De TRS-80 van Radio Shack was een populaire hobby computer. De simpelste versie, ingebouwd in een toetsenbord, was Fl 1177,64 (ongeveer 500 Euro). Dat was dan zonder monitor (je kon hem op je TV aansluiten), en met cassettebandjes als opslagmedium (eigen cassetterecorder aansluiten).
Geheugen: 4 Kbyte RAM.

● Een 5¼-inch disk drive voor de TRS80 (met wel 102 Kbyte per disk!) was ook rond de 500 Euro. Moest je ook nog wel de TRS-80 expansiekit met floppy controller hebben (400 Euro, met 16 Kbyte extra RAM). Floppies waren overigens zo'n 5 tot 8 euro per stuk.

● Een andere populaire computer, maar in een duurder prijssegment was de Apple. Klonen waren vaak goedkoper, bijvoorbeeld de ITT2020 met 16Kbyte geheugen was verkrijgbaar rond de 1400 Euro.



● Een 'professioneel systeem' SBS-8000 met de 8-bit Z-80, 60K geheugen, floppy drives en matrix-printer was rond de 5000 Euro (ex BTW).

Met dank aan http://www.keesmoerman.nl/index.html


20 Jaar Microsoft Windows

Twintig jaar geleden maakten gebruikers voor het eerst kennis met Microsoft Windows. De reacties waren lauw en bleven dat tot Windows 3.0.

Het succes van Windows 3.0 was echter zo groot dat het zelfs Microsoft verraste en deed besluiten zich volledig op Windows te richten. Met latere versies zou men bijna alle computergebruikers aan zich weten te binden.

Het begin
Toen Bill Gates in 1982 over de Comdex-computerbeurs liep, zag hij een computer zonder zijn eigen DOS maar met een grafische interface. VisiOn van VisiCorp draaide op een standaard-pc, juist hét domein van Microsoft. Het voorval maakte Gates duidelijk dat ook Microsoft een eigen grafische gebruikersomgeving moest ontwikkelen en een jaar later kondigde hij op dezelfde beurs de eerste versie van Windows aan.
Verschijnen deed de het pas twee jaar later, in november 1985 en het bleek weinig meer dan een uitbreiding van MS DOS. Meegeleverde applicaties zoals MS-DOS Executive, Calendar,Write en Paint, hadden de gebruiker bovendien weinig te bieden. Succes bleef dan ook uit.
 
Functionaliteit die Gates graag wilde bieden zoals elkaar overlappende vensters en een prullenmand voor verwijderde bestanden, werden door Apple geclaimd en daardoor buiten het product gelaten. Deze problemen zijn in 1987 afgekocht en Windows 2.0 arriveert met iconen en de mogelijkheid informatie tussen applicaties te delen. Voor het eerst kwamen ook enkele niet door Microsoft ontwikkelde programma's voor Windows op de markt zoals PageMaker en CorelDraw.

Eerste doorbraak
Windows 3.0, dat in mei 1990 in de winkels kwam, markeert de eerste doorbraak naar het grote publiek. Met meer dan tien miljoen verkochte exemplaren worden zelfs applicatie-ontwikkelaars enthousiast. Versie 3.0 was een flinke stap voorwaarts met in de 386 Enhanced Mode ondersteuning voor meer dan 640Kb werkgeheugen en gebruik van 16 kleuren.

Daarna verschenen nog twee tussentijdse versies die het succes alleen maar groter maakten.
Windows 3.1, dat in april 1992 werd vrijgegeven, bracht behalve True Type-lettertypes ook multimedia-ondersteuning voor de eerste geluidskaart voor de pc, de SoundBlaster Pro.
Windows 3.11 (november 1993) krijgt de toevoeging 'for workgroups' en is de eerste Windows die zich speciaal richt op bedrijven. 3.11 Is de eerste netwerkversie van Windows met ondersteuning voor werkgroepen en domeinen en de mogelijkheid tot het delen van bestanden.

Zakelijke versies
Begin jaren negentig komt er een einde aan de gezamenlijke ontwikkeling van OS/2 door Microsoft en IBM. De verlokking van een eigen besturingssysteem is te groot voor Microsoft, dat liever gaat bouwen aan Windows NT. Dat besturingssysteem, voluit 'New Technology' geheten, wordt volledig 32-bits, ondersteunt meer geheugen en werkt stabieler dankzij een betere controle van de samenwerking van hard- en software.

Gebruikers krijgen bovendien de beschikking over uitgebreide netwerkfuncties en het ntfs- bestandssysteem dat bestanden en mappen kan beveiligen. De afdeling marketing gebruikt de populariteit van 'de andere Windows-versie' en beslist dan Windows NT al in de eerste versie 3.1 heet.

Behalve NT Workstation voor gebruik op de pc verschijnt ook Windows NT 3.1 Advanced Server, in 1994 opgevolgd door Windows NT 3.5 Server. Door de snelle groei van lan-netwerken in die jaren weten deze al snel een eigen plek te veroveren.